Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding

Over Uitwisselprofiel RIVM Infectieziektenbestrijding


Publicatiedatum:
28-05-2026

Inwerkingtreding:
28-05-2026

6.4. Hoeveel cliënten met een katheter hebben een urineweginfectie?

Definities

Opgenomen in de Algemene Uitgangspunten zijn:

  • Meetperiode
  • Gebruik van vestiging

Toelichting

  • Deze indicator wordt per week en op vestigingsniveau berekend.
  • Een indicatie valt in de meetperiode als er minimaal één dag overlap is tussen de indicatieperiode (startdatum tot en met einddatum) en de meetperiode.
  • De meetperiode betreft een week (maandag 0.00 uur tot en met zondag 23.59 uur), als parameter op te geven als week en jaar.
  • Indicator 6.1 betreft het totaal aantal cliënten met een nieuwe episode van urineweginfectie; het totaal in deze tabel moet overeenkomen met het totaal voor Zvw in de tabel bij indicator 6.1.

Registratie

Urineweginfectie wordt herkend en vastgelegd aan de hand van codes uit één van de volgende coderingssystemen: ICPC, ICD-10 of SNOMED CT. De uitvraag vindt plaats op basis van ICPC. Voor ICD-10 en SNOMED CT wordt gebruikgemaakt van een mapping, zodat deze codes correct worden meegenomen. Deze mapping is opgenomen in de Algemene Uitgangspunten van het Uitwisselprofiel.

Binnen de ICPC-codering valt urineweginfectie onder:
U71 - Cystitis/urineweginfectie U70 - Acute pyelonephritis/pyelitis

Bepalen nieuwe infectie

Een infectie wordt als een nieuwe infectie geregistreerd indien gedurende de voor de betreffende code vastgestelde termijn geen code is geregistreerd die past bij dezelfde infectie. Voor acuut geregistreerde infecties geldt een periode van 8 weken zonder geregistreerde code (ICPC-code, zie Nivel, 2016). Een episode wordt als afgesloten beschouwd na een aaneengesloten periode zonder code overeenkomstig deze termijn. Indien binnen deze periode opnieuw klachten worden geregistreerd, wordt dit beschouwd als een voortzetting van de bestaande episode en niet als een nieuwe infectie.

Behandelrichtlijnen:

  • Vrouwen: 14 dagen behandelen.
  • Mannen: 10 dagen behandelen.

Met katheter: Voor katheter-gerelateerde urineweginfecties is de aanbevolen behandelduur 7 dagen bij patiënten zonder katheter met snel verdwijnende symptomen, en 10–14 dagen bij patiënten met een vertraagde respons. (https://www.nivel.nl/sites/default/files/documentatie_episodeconstructie_nivel_1juli2016_definitief.pdf)

Berekening

  1. Selecteer alle indicatiebesluiten1 en zorg- en verpleegprocessen2 met een Wlz-indicatie3, Zvw-indicatie4, forensisch zorgproces5 en Wmo-indicatie6.
  2. Filter de indicatiebesluiten1 en zorg- en verpleegprocessen2 waarvan de einddatum7 na de start van de meetperiode8 ligt, of waarvoor geen einddatum7 is geregistreerd.
  3. Filter de indicatiebesluiten1 en zorg- en verpleegprocessen2 waarbij een katheter14 is geregistreerd.
  4. Koppel de cliënten10 aan een vestiging11.
  5. Haal voor alle vestigingen11 het vestigingsnummer12 op. Dit is de input voor de rijen van de eerste kolom, Indeling.
  6. Bepaal van welke organisatie13 de vestiging11 onderdeel is.
  7. Tel het aantal cliënten met een katheter voor het totaal van de organisatie en de vestigingen.
  8. Filter de indicatiebesluiten1 en zorg- en verpleegprocessen2 waarbij een nieuwe episode van urineweginfectie is vastgesteld.
  9. Tel het aantal unieke cliënten10 en rapporteer per vestiging11.
  10. Sommeer het aantal unieke cliënten10 per vestiging11.
IndelingAantal_cliënten_katheterAantal_cliënten_katheter_UWI
Totaal organisatieStap 7Stap 10
Vestiging 1Stap 7Stap 9
Vestiging 2Stap 7Stap 9
Vestiging nStap 7Stap 9

Begrippen en ontologie

1 Indicatiebesluit
2 Zorg- en verpleegproces
3 Wlz-indicatie
4 Zvw-indicatie
5 Forensisch zorgproces
6 Wmo-indicatie
7 Einddatum
8 Meetperiode
9 Codelijst
10 Cliënt
11 Vestiging
12 Vestigingsnummer
13 Organisatie
14 [Katheter] – n.t.b.